Familiebedrijven bezorgd om commissariaat

februari 16th, 2012

De Wet bestuur en toezicht gaat per 1 juli aanstaande van kracht. Familiebedrijven vrezen dat hierdoor een tekort aan goede commissarissen ontstaat.

De nieuwe wet beperkt het aantal commissariaten dat een toezichthouder mag uitoefenen. Familiebedrijven denken dat commissarissen daarom eerder kiezen voor interessantere partijen die beter betalen. Ondernemend Nederland is kritisch over de nieuwe wet en de Vereniging Familiebedrijven Nederland (FBNed) begrijpt dit maar al te goed. Ingrid Faber, voorzitter van de vereniging en ceo van Faber Halbertsma Groep, laat het Financieele Dagblad weten dat familiebedrijven zich ‘vreselijk ongerust maken’.

Old boys network
Beursfondsen mogen nu maximaal van vijf commissariaten hebben. Voor een ceo of een voorzitter van de raad van commissarissen geldt een maximum van drie. Per 1 juli, met ingang van de nieuwe wet, geldt dit echter ook voor private grote vennootschappen en stichtingen in Nederland. Volgens de Kamer komt dit de kwaliteit van bestuur en toezicht ten goede. Bovendien zou dat het ‘old boys network’ doorbreken. ‘Deze begrenzing kan heel lastig uitpakken voor middelgrote familiebedrijven die om commissarissen zitten te springen met een specifieke toegevoegde waarde’, aldus Faber. Bovendien gaat de wet voorbij aan het tijdsbeslag van een functie en houdt het onvoldoende rekening met ex-bestuurders die als beroepscommissaris ruim in hun tijd zitten, waardoor de kwaliteit juist niet beter wordt.

Leeggeviste vijver
Vooral kleinere familiebedrijven krijgen volgens de voorzitter van FBNed te maken met ‘een leeggeviste commissarissenvijver’. ‘Je kunt er op wachten dat ze dat gaan compenseren met een raad van advies.’ En dat is niet wenselijk, want het toezicht bij familiebedrijven moet juist worden versterkt. ‘Familiebedrijven zijn een ondernemingsvorm die zich volgens de managementboeken zo snel mogelijk moeten spiegelen aan de mores van goed bestuur bij beursgenoteerde ondernemingen. Voor familiebedrijven is het veel gezonder als commissarissen goed toezicht uitoefenen. Het is bij familiebedrijven al moeilijk genoeg om alle rollen goed te spelen.’

Bron: Fambizz 15 februari 2012 door Kristel Hurenkamp

 

 

Notaris moet dienst weigeren als toestemming eerste hypotheekhouder ontbreekt

februari 9th, 2012

Een notaris moet dienst weigeren wanneer zijn cliënt weigert toestemming te vragen aan de eerste hypotheekhouder om een tweede hypotheek te vestigen. Dat concludeert de KNB uit een uitspraak van het Hof Amsterdam van 27 december 2011.

De uitspraak van het hof is een belangrijke wijziging van een bestaande notariële praktijk. Het hof baseert zijn oordeel op een passage in de parlementaire geschiedenis waarin de toenmalige staatssecretaris van Justitie heeft gezegd dat een notaris zich terughoudend moet opstellen bij conflicterende (leverings)rechten. De uitspraak betekent volgens de KNB dat een notaris in principe zijn dienst moet weigeren wanneer toestemming van de eerste hypotheekhouder ontbreekt.

Actie KNB
De KNB is naar aanleiding van deze uitspraak in overleg getreden met de Nederlandse Vereniging van Banken en kijkt of het nodig is nog met andere instantie in overleg te treden. Het bestuur van de KNB beraadt zich nog over de wenselijkheid van een inhoudelijke reactie op de uitspraak. De KNB adviseert notarissen de opdracht tot vestiging van een tweede hypotheekrecht zo in te kleden dat die ook omvat het namens de cliënt toestemming vragen aan de eerste hypotheekhouder. Vooralsnog acht het KNB-bestuur het niet nodig een beleidsregel hierover op te stellen omdat de implicaties van de uitspraak duidelijk zijn.

Toestemming nodig van eerste hypotheekhouder
In de zaak waar het hof over oordeelde, had een notaris een hypotheekakte gepasseerd waarin de (standaard)bepaling stond dat bij vestiging van een opvolgende hypotheek op dezelfde onroerende zaak toestemming nodig was van de hypotheekbank. Een paar maanden later vestigde dezelfde notaris een tweede hypotheek op dezelfde onroerende zaak zonder toestemming van de eerste hypotheekhouder. De eerste hypotheekhouder diende hiervoor een klacht in tegen de notaris.

Notaris moet dienst weigeren
Het hof vindt dat de notaris niet aan de vestiging van de tweede hypotheek had mogen meewerken, zonder dat de cliënt toestemming aan de eerste hypotheekhouder had gevraagd. Volgens het hof mag een notaris die toestemming in verband met zijn geheimhoudingsplicht niet zelf vragen. De informatie dat de cliënt een tweede hypotheekrecht wil vestigen, is namelijk vóór de totstandkoming van het hypotheekrecht nog niet openbaar. Regelt een cliënt de toestemming niet, dan kan de notaris niets anders dan zijn dienst weigeren. Verder bepaalt het hof dat een mondelinge mededeling van een cliënt dat toestemming is verleend, niet voldoende is. De notaris moet een bewijs van de verleende toestemming in zijn dossier hebben.

Bron: KNB 8 februari 2012

 

Stichting GreensParade opgericht

februari 1st, 2012

Vrijdag 20 januari is de akte van de stichting GreensParade bij notaris Van Spreeuwel gepasseerd. Dat gebeurde in het bijzijn van de Barendrechtse wethouder Bas Nootenboom en de voorzitter van het comité van aanbevelingen.

Stichting GreensParade faciliteert, ondersteunt en brengt verenigingen, stichtingen en andere maatschappelijk betrokken mensen en organisaties samen met de AGF-foodsector en gemeente Barendrecht. GreensParade roept (AGF-)bedrijven, verenigingen, stichtingen, en maatschappelijk betrokken personen op om praalwagens te ontwerpen en te bouwen voor het festival. Daarnaast wordt gezocht naar ideeën en voorstellen om gezamenlijk een nieuwe traditie in de Barendrechtse gemeenschap te verankeren.

Doelstelling is om de Gemeente Barendrecht te promoten als duurzame gemeente, waarin de handel in groente en fruit een belangrijke plaats heeft binnen de lokale gemeenschap. Ondernemers van Barendrecht worden opgeroepen om in te haken op de GreensParade. Dit kan bijvoorbeeld met proeverijen, kookdemonstraties en voedselwedstrijden. Maar ook met demonstraties van duurzaamheid, promoties van goede doelen en gezonde activiteiten voor kinderen.

Bron: De Schakel, donderdag, 26 januari 2012

 

Crobeco

januari 26th, 2012

Wellicht dat u bekend bent met TV-programma’s zoals “Ik vertrek” waarin doorgaans trieste ervaringen van personen worden opgetekend die verhalen over het beginnen of overnemen van een onderneming in het buitenland dan wel een woning kopen in het buitenland. In veel gevallen gaat daar wel iets mis (vanwege onbekendheid met de taal, de wet of de (gewoonte)regels). Doorgaans kunt u al in de verte aan zien komen, dat een dergelijk onvoorbereid vertrek tot problemen leidt. Wat is er nu beter dan de mogelijkheid om een Nederlandse notaris te kunnen bezoeken die de aankoop van een perceel, woning of appartement in het buitenland begeleidt? De akte in de eigen taal, de uitleg in eigen taal en ook de financiële afhandeling kan geschieden via de Nederlandse notaris en de Nederlandse bank. De rechtszekerheid lijkt hier mee gediend.

Het Kadaster in Nederland neemt momenteel deel aan het zgn. Crobeco-project (Cross Border Electronic Conveyancing), een project om grensoverschrijdende overdrachten van onroerend goed in Spanje en Portugal mogelijk te maken. Voor dit project is op 25 november 2010 gestart met een proef waarbij een Nederlandse notaris voor het eerst een pand in Spanje in Nederland in eigendom overdraagt.

Verloop

De Nederlandse notaris bereidt de eigendomsakte voor. Vervolgens wordt de akte voorgelezen en ondertekend door partijen. De notaris was wel bekend met de Spaanse og- markt en heeft het pand fysiek bezocht. Verkoper en koper waren ook Nederlandse partijen.

Hij stuurt een afschrift naar het Kadaster, die vervolgens de akte beoordeelt naar nationale wetgeving. Het Kadaster zet er een geldigheidsverklaring onder en zend het naar ELRA (European Land Register). ELRA stemt beide kadasters (Nederland en Spanje) met elkaar af, waarna de akte wordt ingeschreven in het Spaanse Kadaster (Registrador). Het Spaanse kadaster heeft een grote taak en verantwoordelijkheid dat de verkoper overeenkomt met diegene die bij hen staat geregistreerd. De Spaanse belastingdienst verstrekt vervolgens aan de Nederlandse notaris een belasting Identificatienummer voor de partijen die in het contract staan vermeld.

Dus op het eerste gezicht lijkt het een enorme verbetering in de efficiëntie en snelheid in de (geautomatiseerde) verwerking van grensoverschrijdende transacties, maar dit project roept uiteraard ook vragen op waaronder de volgende.

Is de geldigheid van de eigendomsoverdracht wel gegarandeerd?

De (koop)overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen (o.g.v. Verordening Rome I). Hierdoor wordt de geldigheid van de overeenkomst geheel beoordeeld op de rechtsregels zoals deze in Nederland gelden. De geldigheid van de eigendomsoverdracht is een zaak naar Spaans recht, zodat de eigendomsakte ook dient te voldoen aan het recht van het land waarin het pand gelegen is.

Praktische zaken: aanwezigheid vergunningen/verborgen gebreken

Anders gezegd: Hoe kan een notaris bevestigen dat met betrekking tot het pand alles goed zit? Ten aanzien van de overeenkomst is het recht waarvoor wordt geopteerd van toepassing. Afhankelijk van het land waar het registergoed gelegen is, is het vermelden van de aanwezigheid van verplichte vergunningen noodzakelijk. Daarnaast blijft vanzelfsprekend gelden een onderzoeksplicht van de koper, een mededelingsplicht van de verkoper en een notarieel onderzoek (de notariële verantwoordelijkheid). Praktische zaken als sleuteloverdracht/bezichtiging/opnemen van het verkochte zijn nog zeker zaken die voor de notariële praktijk nader uitgewerkt (kunnen) worden.

Wellicht dat door het Crobeco-project het vertrouwen toeneemt bij kopers en bij hypotheekverstrekkers. Heel misschien draagt dit project ook bij aan het uiteindelijk formaliseren van dergelijke transacties, niet alleen voor Spanje en Portugal, maar voor alle landen binnen Europa. Men verwacht dat het Crobeco proces een basis kan zijn voor Europese regelgeving (naar verwachting in 2012). 

Voor nadere informatie en beeldmateriaal van de overdracht: http://www.youtube.com/watch?v=Vk7GL6A9d_0.

Mr A.W. van Spreeuwel

Notariskantoor Van Spreeuwel

 

Tweederde ongetrouwde partners heeft zaken slecht op orde

januari 12th, 2012

Ruim twee derde van de ongetrouwd samenwonende partners die meewerken in het bedrijf van de andere partner, krijgt daar niet of nauwelijks voor betaald, blijkt uit onderzoek van Netwerknotarissen onder meer dan 6.500 koppels. In 35 procent van de gevallen is er maar één eigenaar van het huis waarin de partners wonen. Het onderzoek is gehouden onder partners die niets hebben geregeld voor als de liefde bekoelt.

Lucienne van der Geld, juridisch directeur van Netwerk Notarissen: ‘We wisten al dat vooral bij getrouwde echtparen, een partner die meewerkt in een bedrijf niet betaalt wordt in geval van echtscheiding of overlijden van de andere partner. Omdat een zeer groot deel in gemeenschap van goederen is getrouwd, wordt dat onbetaalde werk bij een scheiding gecompenseerd. Maar dat 68 procent van de ongetrouwd samenwonende partners niets hebben geregeld, heeft ons erg doen schrikken.‘

Wet biedt geen bescherming
Volgens Van der Geld biedt de wet ongetrouwd samenwonende partners op dit gebied geen bescherming. Partners lopen daarmee volgens haar een aanzienlijk risico. ‘Bij het einde van de relatie of bij overlijden van de eigenaar staat de partner vaak van het ene op het andere moment op straat en is afhankelijk van de welwillendheid van vrienden en familie. Als ze onbetaald in het bedrijf hebben meegewerkt, hebben ze ook geen baan, geen salaris en pensioenpot.’

Moeilijk bespreekbaar onderwerp
Over het algemeen vinden partners onderwerpen als echtscheiding en overlijden moeilijk bespreekbaar. Volgens Van der Geld kunnen notarissen hen begeleiden bij afspraken over bijvoorbeeld alimentatie, pensioen, het huis, de inboedel, de auto en andere gemeenschappelijke bezittingen.

Financiële gevolgen
Om partners op financiële problemen te wijzen bij scheiding en overlijden lanceerde Netwerk Notarissen onlangs de site www.samenleeftest.nl. Deze site laat samenwoners bewust nadenken over de (financiële) gevolgen als de relatie strandt. Er komt zeer binnenkort ook een onlinetest voor gehuwden, de huwelijkse zaken test, waarin mensen die gaan trouwen of getrouwd zijn, kunnen onderzoeken hoe zij hun huwelijkse zaken het beste zouden kunnen regelen.

Bron: KNB NotarisNet 12 januari 2012

Rvc weinig populair bij privaat bedrijf

januari 4th, 2012

Nederlandse niet-beursgenoteerde ondernemingen hebben geen hoge pet op van een raad van commissarissen (rvc). Een meerderheid van de bedrijven zonder een dergelijk toezichtsorgaan ziet er onvoldoende toegevoegde waarde in of heeft de instelling ervan nooit overwogen.

Van de bedrijven met een rvc zegt een op de zes dat de raad matig tot slecht functioneert. Dit blijkt uit vandaag gepubliceerd onderzoek van BDO Accountants. De resultaten zijn opmerkelijk, gezien de druk vanuit de politiek om meer toezicht binnen het bedrijfsleven.

Grote en beursgenoteerde ondernemingen zijn wettelijk verplicht tot het instellen van een rvc terwijl stichtingen en coöperaties veelal een toezichthoudend orgaan moeten hebben. Voor middelgrote en niet-beursgenoteerde ondernemingen is dat niet het geval.

Begrip leeft steeds meer

‘Maar het begrip raad van commissarissen leeft de laatste jaren steeds meer in de maatschappij’, zegt Marc Steehouwer, manager Audit & Assurance van BDO. ‘De rolverdeling directie en raad van commissarissen is aan het bewegen met een verzwaring van het takenpakket van de commissarissen. Je ziet bijvoorbeeld dat de accountant niet langer op voordracht van het bestuur maar door de rvc benoemd gaat worden.’

Van de 2300 ondernemingen die gevraagd zijn in het onderzoek te participeren, hebben 271 bestuurders de vragenlijsten ingevuld, een respons van 11,5%. Steehouwer ziet hierin een bevestiging dat ondernemers weinig over het onderwerp nadenken.

Bedrijven zonder rvc verwachten in meerderheid dat zo’n raad de besluitvorming vertraagt, waardoor kansen gemist worden. Bovendien zou discussie binnen het managementteam of met de accountant al voldoende kritische inbreng opleveren. De minderheid van de ondernemers die wel positief reageert, verwacht dat een rvc zal leiden tot een groter netwerk van potentiële klanten en opdrachten. Dit wordt onderschreven door 33% van de bedrijven met rvc.

Bedrijven tevreden over functioneren

Van de ondernemingen mét een rvc meent 43% dat een rvc de kwaliteit van de bedrijfsvoering niet of nauwelijks positief beïnvloedt. Twintig procent is ontevreden over de samenwerking, gezamenlijke daadkracht en effectiviteit van de rvc. Volgens BDO hangt dit doorgaans samen ‘met de verschillende karakters van commissarissen en een gebrek aan goede communicatie’.

Desondanks zijn ruim vijf op de zes bedrijven met een rvc tevreden over het functioneren de raad. Een op de zes bedrijven geeft een ‘matig tot slecht’ aan de eigen rvc. Een zelfde deel noemt de kwaliteit van het advies van de commissarissen onder de maat.

Bij de keuze van commissarissen kijken niet-genoteerde bedrijven vooral naar ervaring in het bedrijfsleven en financiële kennis. Vijenveertig procent van de bestuurders geeft de voorkeur aan onafhankelijke, onbekende personen in de rvc.

Bron: FD 2 januari 2012

Erfdienstbaarheid: verjaring vanaf 1 januari 2012

januari 2nd, 2012

Op 1 januari 1992 zijn de huidige Wetboeken van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingevoerd. Sinds deze inwerkingtreding is het mogelijk dat ook de zogeheten erfdienstbaarheden door verjaring ontstaan. Een erfdienstbaarheid is een last waarmee uw perceel ten behoeve van een ander perceel is bezwaard. Denk bijvoorbeeld aan het recht van de buurman om over uw erf leidingen en kabels te hebben of het recht van uitweg.

Tot 1 januari 1992

Tot 1 januari 1992 was het vrijwel onmogelijk dat door verjaring een erfdienstbaarheid van weg/pad kon ontstaan. Verjaring was alleen mogelijk wanneer sprake was van voortdurende en zichtbare erfdienstbaarheden. Dit waren alleen erfdienstbaarheden die niet afhankelijk zijn van een menselijk handelen. U kunt hierbij denken aan het hebben van leidingen onder andermans erf, overbouw etc. Behoudens zeer bijzondere omstandigheden gold bijvoorbeeld een erfdienstbaarheid van uitweg voor 1992 als onzichtbaar en niet voortdurend, omdat zij volgens de rechter per definitie slechts door menselijk handelen kon worden uitgeoefend. Hierdoor kon een erfdienstbaarheid van weg onder het oude recht niet door verjaring ontstaan. De toen geldende wet bepaalde dat uitsluitend het genot, zelfs sinds onheugelijke jaren, niet voldoende was.

Naar huidig recht (vanaf 1 januari 1992) is dit anders

Het huidige Boek 5 BW bepaalt kort en krachtig dat erfdienstbaarheden kunnen ontstaan door vestiging (bij notariële akte) en verjaring. Uit de toelichting van de 2e Kamer bij deze bepaling, blijkt duidelijk dat bedoeld is het recht op dit punt te wijzigen en dat deze bepaling geldt voor alle soorten erfdienstbaarheden, dus ook voor de erfdienstbaarheid van weg.  Naar huidig recht is ook het bezit van een erfdienstbaarheid van weg mogelijk. De Overgangswet bepaalt echter dat een dergelijk bezit, dat naar oud-recht niet mogelijk was, eerst op 1 januari 1992 aanvangt.

 Er zijn rechtsgeleerden die verdedigen dat de verjaringstermijn ook al eerder kan beginnen, namelijk op het moment dat een onrechtmatige toestand is ontstaan waarvan het latere bezit de voortzetting vormt. Telkens werd door de rechters aangenomen dat de verjaringstermijn pas op 1 januari 1992 is gaan lopen en derhalve thans nog niet voltooid kan zijn. Uitgaande van deze lezing kan de verjaringstermijn van 20 jaar voor een erfdienstbaarheid daarom pas op zijn vroegst op 1 januari 2012 worden voltooid.

Na 20 jaar gerechtigde? De huidige wet bepaalt dat hij die een goed bezit op het tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van dat bezit wordt voltooid dat goed verkrijgt, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw. De verjaringstermijn bedraagt 20 jaren. Deze termijn begint de dag nadat een niet rechthebbende bezitter is geworden. Dit lijkt makkelijker dan het is. Het zo af en toe gebruik maken van de weg is niet voldoende. Ook als het gebruik op afspraken met uw buurman berust, bijvoorbeeld in de zin van een huur- of gebruiksovereenkomst (al dan niet schriftelijk), dan heeft u een persoonlijk recht en geen bezit. Verjaring treedt dan niet op, omdat niet aan het bezitsvereiste voldaan is.

Wanneer dan wel? Bijvoorbeeld als iemand de weg zelf heeft aangelegd en onderhoudt, daar regelmatig gebruik van heeft gemaakt en de inrichting van zijn perceel hierop heeft afgestemd, bijvoorbeeld door aan het einde van het pad een garage aan te leggen.

Of al na 10 jaar? Volgens het BW bestaat er ook een verjaring van 10 jaar als de verkrijger te goeder trouw is. Daarvan is bij onroerende zaken niet snel sprake. Dit geldt bijvoorbeeld wel als de erfdienstbaarheid wel in een notariële, maar gebrekkige akte is opgenomen of mogelijk ook als een rechterlijke uitspraak uit het verleden vergeten is om in te schrijven bij het kadaster.

Gevolgen van verjaring

Onderschat de gevolgen van verjaring niet. Zo’n erfdienstbaarheid kan alleen in uitzonderlijke gevallen ongedaan worden gemaakt, er is geen tegenprestatie verschuldigd en de andere partij kan gedwongen worden de erfdienstbaarheid in te schrijven in het Kadaster.

Hoe kan verjaring voorkomen worden?

De partij die verjaring wil voorkomen, is inmiddels te laat: hij had nog tot en met 31 december 2011 om de verjaring te stuiten. Dit kon hij doen door schriftelijk te laten weten dat hij zich verzet tegen het ontstaan van de erfdienstbaarheid. Let er wel op dat deze brief de andere partij ook bereikt. Hij kan ook een procedure van de rechtbank starten; dat heeft hetzelfde effect. Door een dergelijke stuiting van de verjaring, gaat er opnieuw een verjaringstermijn lopen.

Nog beter is echter om een einde te maken aan het gebruik zelf of om met de buurman een opzegbaar persoonlijk gebruiksrecht overeen te komen. Dan is de buurman namelijk niet langer als bezitter aan te merken. Daardoor kan niets meer verjaren en gaat ook geen nieuwe termijn lopen.

Voor een persoonlijk gesprek kunt u uiteraard contact opnemen met ons kantoor (tel. 0180-616388).

Mr A.W. van Spreeuwel

Notariskantoor Van Spreeuwel

BV nieuwe stijl

januari 2nd, 2012

De Europese Raad heeft in 2000 in Lissabon de doelstelling geformuleerd dat Europa in 2010 de meest concurrerende markt ter wereld moet zijn. Veel lidstaten hebben naar aanleiding hiervan voorstellen gedaan ter verbetering van het ondernemingsklimaat in eigen land. In Nederland leidde dit onder andere tot het wetsvoorstel  ”Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht”. De BV moet met succes kunnen concurreren met vooral de Engelse Limited. In dit artikel breng ik u graag op de hoogte van de belangrijkste wijzigingen die dit wetsvoorstel met zich meebrengt.

“Een-euro” BV

Onder het huidige recht is een oprichter van een BV nog verplicht minimaal € 18.000,- kapitaal te storten in de BV. Dit heeft als doel het beschermen van schuldeisers van de BV. In het voorstel is niet langer een wettelijk minimumkapitaal opgenomen. Met de afschaffing van het minimumkapitaal wordt een grote hindernis voor een startende ondernemer weggenomen. Een BV kan binnenkort met desnoods € 1,00 aan kapitaal worden opgericht. Alles is mogelijk, zolang het kapitaal maar positief is. We krijgen dus met de Engelse praktijk te maken met de “een-euro”-BV. Hiermee hangt samen dat de bankverklaring bij de oprichting niet meer noodzakelijk is. De daaraan gekoppelde bestuurdersaansprakelijkheid als de € 18.000,– niet zouden zijn gestort verdwijnt eveneens.

 Afschaffing accountantsverklaring

Wanneer bij de oprichting in natura wordt ingebracht (bijvoorbeeld de inbreng van een bedrijf), zal de thans nog verplichte accountantsverklaring ook worden afgeschaft. De regeling dat de oprichters/bestuurders een beschrijving (met waardering) moet opstellen van de in te brengen vermogen blijft wel gehandhaafd. Op deze manier wordt het dus makkelijker en goedkoper om het bedrijf in te brengen.

Afschaffing verplichte blokkeringsregeling.

Wat werd gezien als het belangrijkste onderdeel van de BV, de verplichting tot het statutair opnemen van een verbod om zonder toestemming van medeaandeelhouders aandelen over te dragen aan derden, komt te vervallen. In het voorstel staat dat straks bepaald kan worden dat er in het geheel géén beperkingen gelden bij een aandelenoverdracht. Indien gewenst, kan er nog wel een blokkeringsregeling worden opgenomen.

Aandelen met beperkte winstrechten en met of zonder stemrecht

In de statuten kan worden bepaald dat bepaalde aandelen worden uitgegeven met beperkt of zelfs zonder winstrecht. Hiermee wordt voorkomen dat er niet langer gewerkt hoeft te worden met prioriteits- of preferente aandelen.

De statuten kunnen straks ook bepalen dat op bepaalde aandelen meerdere stemmen kunnen worden uitgebracht, danwel dat aan bepaalde aandelen straks geen stemrecht vastzit. Dit biedt mogelijkheden in familieverhoudingen of voor werkgevers om bijvoorbeeld aandelen uit te geven zonder stemrecht.

Uitkeringstest

Het bestuur van een BV mag niet meer meewerken aan uitkering van dividend, terugbetaling van kapitaal of inkoop van eigen aandelen als hierdoor de belangen van de schuldeisers in het gedrang komen. Indien de BV de schuldeisers na de uitkering niet meer kan betalen, kunnen de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan. De periode waarover de beoordeling zich zal moeten uitstrekken is in principe 1 jaar.

Slot

Het wetsvoorstel neemt veel bezwaren tegen het huidige BV-recht weg en biedt de maximale ruimte om de BV naar eigen wensen in te richten.

 

Voor een persoonlijk gesprek kunt u uiteraard contact opnemen met ons kantoor (tel. 0180-616388).

 

Mr A.W. van Spreeuwel

Notariskantoor Van Spreeuwel

T: 0180 61 63 88   E: notaris@vanspreeuwel.knb.nl   Disclaimer